Achtergrond & Informatie

Project Zuivere Lucht

Hoemeetiklucht.eu is ontwikkeld voor het Europese Interreg  project ‘Zuivere Lucht’.  In dit project wordt een nieuwe techniek ontwikkeld om binnenlucht te zuiveren. Die techniek wordt getest in voorzieningen (kinderdagverblijven, scholen) in Antwerpen en Den Haag.  Het project stimuleert ook burgerwetenschap: hoemeetiklucht.eu is speciaal ontwikkeld voor iedereen die zelf de luchtwaliteit in de buurt wil meten. In Antwerpen en Den Haag wordt samen met burgers het effect gemeten van experimentele lokale beleidsmaatregelen rond luchtkwaliteit.

 

Project Zuivere Lucht is gefinancierd voor het Interreg V programma Vlaanderen-Nederland, het grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma met financiële steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.

 

 

Voor vragen: contacteer ons op info@projectzuiverelucht.eu

Projectpartners

/node/12

Woordenlijst

A

Advieswaarde

is een waarde vooropgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie. Ze zijn veel strenger zijn dan de Europese grenswaarden omdat ze enkel bepaald worden op basis van gezondheidsstudies en dus geen rekening houden met haalbaarheid of economische belangen. Advieswaarden zijn niet wettelijk bindend.

/advieswaarde

B

Benedenwinds

windafwaarts, de kant waar de wind naartoe waait

/benedenwinds

D

Diffusie

een proces dat ontstaat uit de willekeurige beweging van deeltjes als gevolg van de kinetische energie die deze deeltjes bezitten. Bij verschillen in concentratie leidt diffusie tot een netto verplaatsing van deeltjes van plaatsen met een hoge concentratie naar plaatsen met een lage concentratie.

 

Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Diffusie

 

/diffusie

Drift

een kleine, continue verandering van de meetresultaten van eenzelfde toestel bij gelijkblijvende omstandigheden.

/drift

E

Elektrochemische sensor

bevatten een elektrolyt dat reageert met NO2. Zo ontstaat elektrische stroom. Die stroom geeft weer hoeveel NO2 de lucht bevat.

/elektrochemischesensor

Elektrolyt

een chemische verbinding die in een oplossing of in gesmolten toestand geheel of gedeeltelijk in ionen splitsen, waardoor de oplossing of vloeistof elektrische stroom kan geleiden.

/elektrolyt

Emissie

uitstoot van luchtverontreinigende stoffen

/emissie

G

Geleidingsvermogen(G)

 is een grootheid die aangeeft hoe goed een voorwerp stroom geleidt bij een bepaalde spanning. Het geleidingsvermogen is het omgekeerde van de weerstand (R). Een voorwerp met een groot geleidingsvermogen heeft net een kleine weerstand ­- en andersom.

/geleidingsvermogen

I

Interferentie

een meting die beïnvloed wordt door een andere variabele. Bv. een sensor die fijn stof en mistdruppeltjes niet goed van elkaar onderscheidt.

/interferentie

Inversie

Normaal daalt de temperatuur met de hoogte maar bij een inversie (temperatuuromkering) stijgt de temperatuur juist met de hoogte. Een warmere luchtlaag ligt als een deken over een koudere luchtlaag. Hierdoor worden vervuilende stoffen minder verdund en kan luchtvervuiling zich opstapelen.

/inversie

Iteratief

met stelselmatige herhaling

/iteratief

J

Juistheid

de mate van overeenstemming tussen de gemiddelde waarde van een reeks waarnemingen en de werkelijke waarde.

/juisheid

K

Kalibratie

ijking, het vergelijken van een systeem of apparaat met een standaard om de eigenschappen vast te stellen.

/kalibratie

Korstmos

een combinatie van een schimmel, alg en blauwwier (cyanobacterie) die zeer nauw samenleven. Korstmossen groeien zeer traag en komen bijna overal voor, ook aan de zuidpool. Je vindt ze op boomschors of op stenen en gebouwen.

/korstmos

M

Metaaloxide

een verbinding van een metaal met zuurstof, typische voorbeelden zijn ijzeroxide en alumiunoxide.

/metaaloxide

Micrometer (µm)

dit is een miljoenste deel van een meter, of een duizendste deel van een millimeter

/micrometer

Modelresultaten

gegevens die niet rechtstreeks gemeten zijn, maar volledig of deels bekomen zijn door computermodellen.

/modelresultaten

O

Ozon

ontstaat uit reacties van gassen zoals stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen onder invloed van zonlicht. Het wordt dus niet rechtstreeks uitgestoten. Ozon (O3) heeft zeer sterke oxiderende eigenschappen die schadelijk zijn voor zowel mensen als planten.

/ozon

P

Polluent

vervuilende stof

/polluent

Precisie

de mate waarin een meting dezelfde resultaten oplevert bij gelijkaardige omstandigheden en met eenzelfde meettoestel of type meettoestel.

/precisie

Primaire polluent

vervuilende stof die rechtstreeks in de lucht terechtkomt, bijvoorbeeld door verbranding.

/primaire%20polluent

R

Referentiemonitor

de officiële monitoren die erkende netwerken gebruiken om de luchtkwaliteit te meten volgens Europese richtlijnen.

/referentiemonitor

Resistieve sensor

dit is een gassensor die een metaaloxide bevat. Als het metaaloxide in aanraking komt met de gassen in de lucht krijgt deze een ander geleidingsvermogen. Door deze verandering te meten kan je nagaan hoeveel gassen er zich in de lucht bevinden. 

/resistievesensor

Resuspensie

het opnieuw in de lucht brengen van neergevallen stofdeeltjes. Een typisch voorbeeld is het opwaaien van bodemstof door de luchtverplaatsing van voorbijrijdend verkeer.

/resuspensie

S

Secundaire polluent

vervuilende stof die ontstaat door onder meer chemische reacties in de lucht.

 

/secundaire%20polluent

Smog

komt oorspronkelijk van de woorden smoke en fog, of rook en mist. Tegenwoordig spreken we van smog als de lucht sterk verontreinigd is door minstens één van de volgende stoffen: ozon (O3), fijn stof (PM10), zwaveldioxide (SO2) en stikstofdioxide (NO2).
Zomersmog treedt op wanneer er op warme en zonnige dagen te veel ozon in de lucht hangt.
Wintersmog ontstaat als stoffen afkomstig van verkeer en industrie (fijn stof, roet, stikstofoxiden en zwaveloxiden) blijven hangen tijdens de winterperiode

/smog

Stabiliteit

de mate waarin een meting met een toestel gelijkaardige resultaten oplevert bij gelijkaardige omstandigheden op een later tijdstip.

/stabiliteit

Street canyon

smalle straat met hoge bebouwing. In deze straten worden uitlaatgassen slechter verdund en stapelt de luchtvervuiling zich op.

/streetcanyon

U

Uitschieter

Een uitschieter of outlier is een waarneming die opvallend ver van de andere resultaten verwijderd ligt. Deze uitschieter past niet bij de overige resultaten (data) en er is ook geen verklaring voor (bv. een vuuwerk kan zorgen voor plotse pieken van PM).  Grafieken afgeleid uit data met uitschieters kunnen een sterk vertekend beeld geven van de werkelijkheid. 

/uitschieter

Ultrafijn stof

De fijnste fractie van fijn stof (PM), die bestaat uit deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer (um) diameter.

/ultrafijn%20stof

V

Verstrooiing

een proces waarbij de richting of energie van een deeltje verandert door een botsing met een ander deeltje of met een hele hoop andere deeltjes.

/verstrooiing
/node/13

Voorbeeldonderzoeken

Voorbeeld experimenten

Aan de slag met je eigen fijnstof sensor

Wil je graag zelf beginnen meten met een fijstof-sensor? Leuk idee! We helpen je graag op weg.  Onderaan vind je ook een presentatie met meer achtergrondinformatie over luchtkwaliteit en fijnstof (metingen).

Je kan kiezen  voor een kant-en-klaar bouwpakket van Luchtpijp, waarbij je enkel de onderdelen in elkaar moet zetten (juiste software zit er al op). Zoals weergegeven in het filmpje hiernaast van de stad Roeselare.

Of je kan er ook voor kiezen om zelf alles te doen van onderdelen bestellen tot het installeren van de software. Dan kan je best eerst de uitgebreide documentatie bekijken op Leuvenair.be en Luftdaten.info. Lees ook de antwoorden op veelgestelde vragen op Influencair.be.

50-50

Voordat je begint is het belangrijk om te weten dat het toestel is bedoeld voor gebruik op een vaste plaats in de buitenlucht met elektrische voeding (5 V micro-USB-let wel op dat alles waterdicht is!) en een permanent Wifi-netwerk:

  • buitenlucht: je kunt aan de straatkant meten (bv. een vensterbank op de 1e verdieping), maar ook aan de achtergevel, op het terras, in de tuin, ...
  • stroomvoorziening: de stroomdraad is plat; je kunt de draad dus waarschijnlijk zonder probleem binnen in een stopcontact steken en via een gesloten raam naar het toestel buiten laten gaan
  • Wifi-netwerk: de metingen worden enkel geregistreerd als het toestel verbonden is met een vast ingesteld draadloos netwerk (2,4 Ghz).

Wil je graag zelf een workshop geven met meer achtergrondinformatie over luchtkwaliteit , de verschillen in meetmethodes en de aandachtspunten bij metingen, bekijk dan zeker onderstaande presentatie! Alsook het document over wat te doen als je PM-sensor  actief is, bijvoorbeeld hoe je de data op je smartphone kan zien… Lezen dus!

Wat is de route met de minste verkeersvervuiling als ik naar het werk fiets?

Verkeer

Aangezien je wil weten wat de invloed is van verkeer- kan je het beste stikstofdioxide (NO2) meten. Je kan je route eerst al een keer bekijken op bestaande modelkaarten waar je specifiek jouw traject op kan plotten en kan kijken naar de concentratie van NO2 op je route.

50-50

Daarna kan je beginnen nadenken over je proefopzet:

  • Aangezien je de luchtkwaliteit nagaat op verschillende momenten in één dag, gebruik je best een actieve meetmethode. Door te kiezen voor een NO2-sensor krijg je om de seconde, minuut ... een waarde. Omdat je tijdens een relatief korte periode meet kan je alleen toetsen aan de uurgrenswaarde voor NO2 van 200 µg/m3.
  • In de praktijk is het vaak interessanter om verschillende routes relatief te vergelijken om de minst schadelijke te vinden. Dan is de absolute waarde minder relevant voor je experiment. Je wil dan vooral weten waar je een grotere bijdrage van verkeer krijgt. Ook de precisie van je sensor doet er dan minder toe, omdat je maar met één sensor tegelijkertijd werkt. Het is wel zinvol om te weten of je sensor na één maand nog hetzelfde meet als aan het begin van de maand, anders kan je je trajecten moeilijk vergelijken.
  • Je meet uiteraard op het moment dat je naar je werk fietst. Je doet dit best meerdere keren. Hou goed bij wanneer je precies vertrekt en aankomt. Tijdens de spits kunnen de waarden  hoger liggen. Als je de meting genoeg herhaalt, dan krijg je een beter zicht op het werkelijk gemiddelde zonder de eenmalige effecten van een regenbui, meer file dan normaal enz. Ook hier geldt, best zo veel en zo lang mogelijk meten om een correct beeld te krijgen.
  • Zorg voor een vrije luchtdoorstroming rond de opening van je meettoestel.
  • Je meet best op eigen lichaamshoogte, dat is representatief voor de lucht die je inademt. Je kan de sensor bevestigen op een rugzak, een fietsmandje vooraan op je fiets …  
Hieronder nog enkel tips om mee in acht te nemen, zodat je eigen onderzoek zeker slaagt
  • Hoewel de absolute waarde niet zo’n rol speelt, is het toch interessant om je sensor een tijd te vergelijken met een referentiemonitor in het dichtstbijzijnde meetstation van de VMM (Vlaanderen) of een meetstation van een Nederlands overheidsnetwerk. Je kan ook modelkaarten  (Nederland, Vlaanderen)gebruiken  als een eerste indicatie van de juistheid van je sensor. Zo kan je vaststellen of je sensor vergelijkbare trends geeft.  Zo niet kan het zijn dat je sensor is verouderd en daardoor andere waarden meet, wat typisch is voor gassensoren. Als je zo’n veroudering opmerkt, kies je best voor een andere sensor of je zoekt een manier om dit te compenseren.
  • Als je maar één sensor wenst te gebruiken, speelt de onderlinge precisie van meerdere sensoren uiteraard geen rol. Wat wel belangrijk is, is dat die ene sensor bij dezelfde omstandigheden steeds hetzelfde meet. Vandaar raden we aan om toch wat aandacht te besteden aan de juistheid na verloop van tijd.
  • Hou een logboek bij waarin je alles kan noteren wat mogelijk effect heeft op je metingen. Bv. vakantieperiodes, neerslag,… Eventueel kan je nagaan of er een weerstation van het KMI van Vlaanderen (realtime, verledenof het KNMI (realtime, verleden) voor Nederland in de buurt is. Dit kan nuttig zijn voor de latere interpretatie van je data.
  • Interpreteer je data. Hou hierbij rekening met je logboek en met de weersomstandigheden..
  • Ga na of er afwijkende resultaten zijn (uitschieter/outlier-detectie) en filter die eruit als ze veroorzaakt zijn door een afwijkende sensor of verstorend effect dat niets met verkeer te maken heeft. Je kan je gegevens ook vergelijken met de bestaande modelkaarten waar je specifiek jouw traject op kan aftekenen. In Vlaanderen, kan je ook vergelijken met metingen op hoge ruimtelijke resolutie, zoals bij het recente citizen science project CurieuzeNeuzen. Zijn de verschillen verklaarbaar? 

Hoeveel fijn stof is er in mijn thuisomgeving?

Wat meet je?

Fijn stof (PM) is schadelijk voor onze gezondheid. De kleinere deeltjes (bv. PM2,5) zijn schadelijker dan de grotere (bv. PM10). De belangrijkste rechtstreekse bron van fijn stof is houtverbranding voor verwarming in huis. Fijn stof in de buitenlucht bestaat uit verschillende bestanddelen. Doorgaans is het grootste deel van wat je meet in de lucht ‘secundair stof’ dat niet rechtstreeks wordt uitgestoten. 

Waar meet je?
  • Zorg voor een vrije luchtdoorstroming rond de opening van je meettoestel.
  • Een meting aan de achterzijde van je woning is meestal het interessantst aangezien je daar het meeste tijd doorbrengt. Eventueel kan je dit combineren met een meting in huis. Meet ook waar je ventileert. 
Wanneer meet je?

De verschillende bronnen van fijn stof kunnen meer of minder aanwezig zijn in bepaalde seizoenen. Zo zal er natuurlijk meer op hout verwarmd worden in de winter dan in de zomer. In de lente is er dan weer extra veel secundair fijn stof door het uitrijden van mest en de ammoniak die daarbij vrijkomt. Hou er rekening mee dat het weer een groot effect heeft op de dagdagelijkse schommelingen van de concentraties. En dat de meeste effecten van luchtvervuiling een gevolg zijn van langdurige blootstelling. Daarom is het goed om zo lang mogelijk te meten. Dat geefthet beste beeld van de gemiddelde hoeveelheid luchtvervuiling bij jou thuis.

Hoe meet je?

Aangezien er voor fijn stof geen echt robuuste passieve methode bestaat, kies je best voor een PM-sensor. Deze sensor geeft om de seconde, minuut.. een waarde. Omdat je geïnteresseerd bent in de absolute waarde bij je thuis, kies je best voor een sensor die zo nauwkeurig mogelijk is (hoge juistheid).

Draag zorg voor je meting!
  • Je krijgt een beeld krijgen van de juistheid van je sensor door je sensordata te vergelijken met een referentiemonitor in het dichtstbijzijnde meetstation van de VMM (Vlaanderen) of een meetstation van een Nederlands overheidsnetwerk.  De juistheid is heel belangrijk voor dit experiment. Je zoekt daarom best een meetstations op een vergelijkbare locatie op een zo kort mogelijke afstand. Naast de echte metingen op meetstations, modelleert de VMM de concentraties van PM10 en PM2,5 op plaatsen waar we niet meten. Deze kaarten (Nederland, Vlaanderen) kan je ook gebruiken als  eerste indicatie van de juistheid van je sensor. Dat laatste is vooral handig bij het vergelijken van metingen op langere termijn (bv. kaart met PM10 jaargemiddelde).
  • De absolute waarde van je meting is belangrijk voor dit experiment. We raden aan om je meting te kalibreren. Op die manier stel je de waarde van je sensor bij op basis van de juistheid die je bepaalde.
  • Als je met meerdere sensoren gaat meten is het nuttig om een beeld te hebben van de precisie van de sensoren. Voer je meting met meerdere toestellen tegelijk uit op dezelfde plek. Kijk of er onderlinge verschillen zijn tussen de sensoren. Meten ze hetzelfde?
  • Hou een logboek bij waarin je alles kan noteren wat mogelijk effect heeft op je metingen.  Bv. wanneer er gestookt wordt door de buren, bouw- of wegenwerken in de directe omgeving. Eventueel kan je nagaan of er een weerstation van het KMI van Vlaanderen (realtime, verleden) of het KNMI voor Nederland (realtime, verleden in de buurt is. Dit kan nuttig zijn voor de latere interpretatie van je data. Bv. weersomstandigheden- wanneer jouw ramen open staan om je huis te verluchten.
  • Interpreteer je data. Hou hierbij rekening met je logboek en met de weersomstandigheden. Kijk ook naar de juistheid en hou rekening met de precisie op je metingen en mogelijke storende factoren.
  • Ga na of er afwijkende resultaten zijn (uitschieter/outlier-detectie) en filter die eruit indien ze veroorzaakt zijn door een afwijkende sensor of verstorend effect. Je kan je gegevens ook vergelijken met de bestaande modelkaarten (Vlaanderen, Nederland). 

Wat is het effect op de luchtkwaliteit van het (tijdelijk) autovrij maken van de straat bij de schoolpoort?

Wat meet je?

Stikstofdioxide (NO2), is de beste maatstaf voor verkeer.

Waar meet je?
  • Zorg voor een vrije luchtdoorstroming rond de opening van je meettoestel.
  • Je meet best op lichaamshoogte, dat is immers representatief voor de lucht die ingeademd wordt. Voer de meting dus best uit op de gemiddelde hoogte van leerlingen maar zorg dat ze beveiligd is tegen vandalisme. Je kan best op meerdere plaatsen meten, bv. aan de schoolpoort, op de speelplaats, klaslokaal aan de straatkant…
Wanneer meet je?

Aangezien je het effect wilt meten van de aan- en afwezigheid van gemotoriseerd verkeer in de straat van de schoolpoort is het belangrijk dat je metingen uitvoert VOOR en TIJDENS de invoering van het (tijdelijk) autovrij maken van de schoolstraat. Omdat het weer een groot effect heeft op de dagdagelijkse variaties meet je best zo lang mogelijk. We adviseren dus om meerdere weken voor en tijdens de invoering van de schoolstraat te meten.

Let op!

Heel wat variabelen zoals meer wind of toevallig minder verkeer  zorgen ervoor dat je een verschil in concentratie niet zomaar aan de maatregelen kan toeschrijven.

Hoe meet je?

Je kan gebruik maken van een NO2-sensor en/of een NO2-sampler. Met de NO2-sensor kan je om de seconde, minuut…een waarde aflezen. Bij een NO2-sampler krijg je één waarde aan het einde van een periode. Je verzamelt minder data waardoor de verwerkingstijd korter is en je hebt meestal ook weinig rekenkracht nodig om de gegevens te interpreteren. Een NO2-sampler werkt  zonder stroom, is nauwkeuriger en is voor een relatief korte meetcampagne meestal goedkoper. Met een sensor kan je dan weer meer schommelingen in de metingen vaststellen. Je kan ook kiezen om de NO2-sensor en de NO2-sampler naast elkaar te hangen. Zodat je hun data kan vergelijken.

Draag zorg voor je meting!
  • Bepaal de juistheid van je sensor of sampler door hem te vergelijken met een referentiemonitor in het dichtstbijzijnde meetstation van de VMM (Vlaanderen) of een meetstation van een Nederlands overheidsnetwerk. Je kan ook model- kaarten (Vlaanderen, Nederland) gebruiken ter vergelijking.  
  • Bepaal de precisie van je sensor of sampler. Voer je meting zo mogelijk met twee of drie toestellen/samplers tegelijk uit op dezelfde plek.  Met meerdere gelijktijdige metingen verlies je minder data als een toestel stukgaat en kan je eenvoudig nagaan of een van je toestellen afwijkt.
  • Hou een logboek bij waarin je alles kan noteren wat mogelijk effect heeft op je metingen.  Bv. vakantieperiodes, omleidingen, weersomstandighedenEventueel kan je nagaan of er een weerstation van het KMI van Vlaanderen of het KMI van Vlaanderen (realtime, verledenin de buurt is. Dit kan nuttig zijn voor de latere interpretatie van je data
  • Interpreteer je data. Hou hierbij rekening met je logboek en met de weersomstandigheden.
  • Ga na of er afwijkende resultaten zijn (uitschieter/outlier-detectie) en filter die eruit als ze veroorzaakt werden aan een afwijkende sensor of verstorend effect dat niets met verkeer te maken heeft. Je kan je gegevens ook vergelijken met de bestaande modelkaarten (Vlaanderen, Nederland) of met metingen gedaan in meetprojecten zoals CurieuzeNeuzen . Zijn de verschillen verklaarbaar?

Ik heb een sensor gebouwd: werkt deze goed?

Wat meet je?
Waar meet je?
  • Zorg voor een vrije luchtdoorstroming rond de opening van je meettoestel.
  • Je meet best op dezelfde hoogte als officiële meetplaatsen. Om representatief te zijn, werd daarvoor de standaardhoogte op 4 m ingesteld.

 

Wanneer meet je?

Het is belangrijk om na te gaan of je sensor stabiel is gedurende een langere periode en ook in onder wisselende weersomstandigheden (bv. hoe juist is je sensor bij hoge luchtvochtigheid?). Daarom kan je best gedurende minimum drie maanden metingen uitvoeren. We raden ook aan om na één jaar, deze test nog een keer te herhalen. Zo kan je nagaan of er bv. veroudering optreedt in je sensor.

Hoe meet je?

Met je eigen gebouwde PM-sensor. 

Draag zorg voor je meting!
  • Bepaal de juistheid van je sensor door hem te vergelijken met een referentiemonitor in het dichtstbijzijnde meetstation van de VMM (Vlaanderen) of een meetstation van een Nederlands overheidsnetwerk. Naast de echte metingen op meetstations, modelleert de VMM de concentraties van PM10 en PM2,5 op plaatsen waar we niet meten. Deze kaarten (Nederland, Vlaanderen) kan je ook gebruiken als een eerste indicatie van de juistheid van je sensor. 
  • Bepaal de precisie van je sensor. Voer je meting zo mogelijk met twee of drie toestellen tegelijk uit op dezelfde plek. Kijk of er onderlinge verschillen zijn tussen de sensoren. Meten ze hetzelfde? Met meerdere gelijktijdige metingen verlies je minder data als een toestel stukgaat en kan je eenvoudig nagaan of een van je toestellen afwijkt.
  • Hou een logboek bij waarin je alles kan noteren wat mogelijk effect heeft op je metingen.  Bv. wanneer er gestookt wordt door de buren, bouw- of wegenwerken in de directe omgeving, weersomstandighedenEventueel kan je nagaan of er een weerstation van het KMI van Vlaanderen (realtime, verleden) of het KNMI voor Nederland in de buurt is. Dit kan nuttig zijn voor de latere interpretatie van je data.
  • Interpreteer je data. Hou hierbij rekening met je logboek en met de weersomstandigheden.
  • Ga na of er afwijkende resultaten zijn (uitschieter/outlier-detectie) en filter die eruit indien te wijten aan een afwijkende sensor of verstorend effect dat niets met houtverbranding te maken heeft. Je kan je gegevens ook vergelijken met de bestaande modelkaarten (Nederland, Vlaanderen). Zijn de verschillen verklaarbaar?
Aan de slag met je eigen fijnstof sensor
Wat is de route met de minste verkeersvervuiling als ik naar het werk fiets?
Hoeveel fijn stof is er in mijn thuisomgeving?
Wat is het effect op de luchtkwaliteit van het (tijdelijk) autovrij maken van de straat bij de schoolpoort?
Ik heb een sensor gebouwd: werkt deze goed?
Uit